Pilot Achterste Diep: minder stikstofbemesting door bonen en erwten

In de pilot nemen boeren natuurinclusieve maatregelen in het kader van andere opgaven die er zijn voor het gebied. De afgelopen drie jaar zijn er 28 beheerovereenkomsten gesloten met boeren. In 2022 hebben acht boeren maatregelen uitgevoerd en in 2023 waren dat er tien. In 2024 namen ook weer tien boeren NIL-maatregelen op in totaal 35 hectare grond. Het varieert van vogelvriendelijk graan, wintervoedselveld en kruidenrijke akkerranden tot extensief beweiden op pachtgrond met grasland.
Meer stikstof vastgehouden
Bij tien boeren is in de NIL-pilot in 2023 ook een bodembemonstering gedaan en een landbouwkundige monitoring. ‘Daaruit blijkt onder andere dat bonen en erwten meer stikstof vasthouden in de bodem, waardoor minder stikstofbemesting nodig is voor een volggewas, zoals een groenbemester’, aldus projectleider Willem Tjebbe Oostenbrink. ‘Erwten en bonen kunnen wel schadelijke aaltjes vermeerderen. Dat is deels te beperken door gewassen onrijp te oogsten en te gebruiken als veevoer.’
Kaderrichtlijn Water
Oostenbrink vervolgt: ‘De laatste jaren is het stikstof- en fosfaatgehalte in grond- en oppervlaktewater in het gebied afgenomen, maar het voldoet nog niet aan doelen van de Kaderrichtlijn Water, waardoor we veel aandacht besteden aan duurzaam bodembeheer. Tegelijkertijd inventariseren we welke ideeën boeren zelf hebben voor natuurinclusieve maatregelen, die kunnen bijdragen aan natuurwaarden van het hele gebied.’
Kruidenrijke akkers
Raymond Klaassen van Rijksuniversiteit Groningen (RUG) die de ecologische monitoring uitvoert, concludeert: ‘Het gebied biedt al bepaalde natuurwaarden voor allerlei broedvogels, waardoor het rijk is aan akkervogels. Dat kun je versterken met ingrepen en aanvullende maatregelen, zoals kruidenrijke akkerranden en kruidenrijke akkers, die aantrekkelijk zijn voor veldleeuwerik en gele kwikstaart. Er is veel potentie om de biodiversiteit op landbouwgrond te versterken. Kruidenrijke akkers en eiwitgewassen dragen daar flink aan bij.’
Compostering
Benutting van berm- en slootmaaisel voor compostering en voor bodemverbetering draagt bij aan duurzame landbouw, constateert Oostenbrink verder. ‘Toepassing van compost verhoogt het organische stofgehalte in de bodem. In Midden-Groningen is al een aantal boeren aan de slag via een lokaal collectief in samenwerking met een loonwerker, die composthopen aanlegt bij boeren op het erf. Samenwerken met gemeenten en provincie Drenthe kan ook extra berm- en slootmaaisel opleveren voor compostering op boerenerven. Toepassing van lokaal geproduceerde compost draagt bij aan kringlooplandbouw en levert boeren goede compost op voor bodemverbetering.’
Achtergrond van de pilot
Het Achterste Diep maakt deel uit van een grotere opgave in het beekdal van de Hunze. In het Hunze-gebied is ruim 2.100 hectare grond als nieuwe natuur aangewezen. Dit is onderdeel van Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarin ook andere doelen vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW) en Waterberging 2021 (WB21) worden gerealiseerd. De Bestuurlijke Adviescommissie Hunze heeft de opdracht om inrichtingsmaatregelen voor natuur- en waterdoelen in samenhang met structuurverbetering van de landbouw te realiseren.

Tekst: Erik Kruisselbrink
Is als freelance vakbladredacteur van vele markten thuis.
Beeld: Ruth van Schriek Agrio Archief