Toekomstige landbouwsystemen beproefd op Flevolandse experimenteerlocaties

Lees ook het achtergrondartikel ‘Balans opgemaakt: de belangrijkste lessen van de Akker van de Toekomst’
De experimenteerruimte wordt formeel gesitueerd op twee plekken: bij Open Teelten Lelystad en bij het proef- en controlebedrijf van NAK in Tollebeek. Vooral de schaalgrootte (15 tot 18 hectare) moet een situatie opleveren die dichterbij de praktijk staat. „Dat is ook wel iets wat wij terug kregen, het geluid van een iets vergrote volkstuin. Waar we nu naar toe willen is een grotere schaal, maar wel onder dezelfde voorwaarden of uitgangspunten”, vertelt Cor van Veldhuijsen, managing director van Agrofoodcluster.
‘Flevolandse pioniersgeest is hard nodig’
Gedeputeerde Jan Klopman (BBB) sprak tijdens het slotsymposium zijn verwachtingen uit. „Pioniers heb je nodig, maar dan loop je ook tegen problemen aan. Blijf elkaar helpen. Houd die pioniersgeest vast”, is zijn oproep. Hij stelt dat er wellicht met subsidies nog een verder stimulans aan de experimenteerlocaties kan worden gegeven. „Laten we innovaties hier ontwikkelen.”
Ook Arie de Groot, bedrijfsleider van het proef- en controlebedrijf van NAK wees op de pioniersgeest in Flevoland. Die kan goed worden gebruikt om de pootgoed- en tulpenteelt te versterken. De samenwerking, ook met scholen, is voor hem van groot belang. „Stilstand is achteruitgaan”, is zijn opvatting.
Pieter de Wolf, praktijkonderzoeker en projectleider verduurzaming landbouw bij WUR Open teelten, stelt dat er voor de akkerbouw grote opgaven liggen. „Flevoland wordt gezien als innovatief landbouwgebied. We moeten plannen maken en aan de slag. Die aanpak past bij ons. Dat moeten we samen doen. Hier moeten dingen neerzetten dingen voor de toekomst. Als het in Flevoland niet kan, waar dan wel?”