FDF en Ganzencollectief uiten felle kritiek op ganzenbeleid in Friesland

De algemene lijn is dat de provincie het ganzenbeheer via verschillende voorschriften in de omgevingsverordening moeilijker maakt, terwijl ondertussen de schade en het uit te keren schadebedrag, toeneemt.
Onderbouwing ontbreekt
De kritiek richt zich met name op de verstoringsvrije zones van 150 meter rond Natura 2000-gebieden en die van 325 rondom weidevogelkansgebieden en weidevogelparels. De afstand van die laatste baseert Friesland op een verstoringsbron die de meeste verstoring veroorzaakt, namelijk een gaswinstation.
Volgens beide boerenorganisaties ontbreekt de wetenschappelijke en juridische onderbouwing dat populatiebeheer een negatief effect heeft op beschermde Habitats. Ze verwijzen naar een rapport uit 2019 van Altenburg & Wymenga, waaruit blijkt dat ganzenbeheer geen negatief effect heeft op weidevogels.
Ook Natura 2000-beheerpannen, natuurdoelanalyses zien faunabeheer niet als risicofactor voor beschermde diersoorten: ‘Faunabeheer, en met name predatiebeheer, wordt in deze context juist vaak als noodzakelijk gezien om beschermde diersoorten te beschermen’, zo staat in beide zienswijzen.
Beheer in twee derde provincie niet meer mogelijk
Ook de impact is volgens de twee organisaties enorm: door het instellen van verstoringsvrije zones zal faunabeheer in twee derde van de provincie niet meer mogelijk zijn. ‘Dit zal naar verwachting leiden tot een aanzienlijke toename van landbouwschade en maakt het behalen van de provinciale doelstellingen ten aanzien van schade veroorzaakt door beschermde diersoorten in de praktijk onrealistisch’.
FDF rekende uit dat als de 150 meter bufferzone rond twintig Natura 2000-gebieden wordt ingesteld, dit meer dan vierduizend hectare beslaat; dit komt neer op een schadebedrag voor meer dan 1 miljoen euro, zo zou uit historische data blijken.
Flinke toename schadebedrag
Als dan de weidevogelskansgebieden en parels inclusief zonering worden bijgevoegd, kan de schade oplopen tot tientallen miljoenen euro’s. ‘Deze worden zonder enige vorm door de belastingbetaler gedragen’
Ook een recente uitspraak van de Rechtbank in Den Haag wordt aangehaald door beide partijen. De rechter concludeert dat de verantwoordelijkheid voor het voorkomen van negatieve schade aan beschermde soorten bij de uitvoerder ligt. Er is geen reden om aan te nemen dat het bij voorbaat onmogelijk is om ganzenbeheer uit te voeren zonder dat hierbij negatieve gevolgen optreden voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden.
Het is dus aan de grondegenaar om te bepalen of ganzebeheer wenselijk is of niet. Hierbij moet wel aangetoond worden dat dit geen significant negatief effect heeft op de beschermde natuur.
Schadebestrijding achteruitgang
Ganzencollectief Fryslân krijgt de indruk dat schadebestrijding als reden voor achteruitgang van beschermde habitats binnen Natura 2000-gebieden en weidevogelkansgebieden en parels wordt aangehaald. Dit is volgens hem niet terecht. Meerdere factoren zijn belang. ‘Met name de verjaging met ondersteunend afschot van standganzen vindt gecontroleerd plaats. De gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten wordt niet in gevaar gebracht door de gecontroleerde wijze van schadebestrijding van ganzen.’
De oproep van zowel FDF als het Ganzencollectief Fryslân is dan ook om de generieke zoneringen te schrappen en daarvoor in de plaats gebiedsspecifiek beleid te voeren. Dit moet gebaseerd zijn op ecologische onderbouwing uit de Natura 2000-beheerplannen.
Verjaging vanaf 1 februari
Verder zijn ze kritisch op het plan van Friesland, dat verjaging van ganzen met ondersteunend afschot in Anlb-gebieden, waar is ingetekend op de activiteit ‘leefgebied open grasland’ wil verbieden is vanaf 1 februari. De provincie wil deze maatregel invoeren in het kader van de algemene zorgplicht. Door het bestrijden van ganzen kunnen weidevogels dermate verstoord worden, oordeelt de provincie, en daardoor kan de kans op broedsucces afnemen.
FDF en het Ganzencollectief Fryslân zijn het totaal niet eens met de beredenering: op 1 februari is nog niet duidelijk waar de Anlb-pakketten komen te liggen met onder meer een uitgestelde datum.
Beide wijzen erop dat de grasgroei met name plaatsvindt na februari. De belangrijkste maanden voor grasgroei zijn maart en april. De schade zal daardoor toenemen en in die maanden het grootste zijn.
Kritiek op proces
Naast inhoudelijke opmerkingen over de voorschriften, hebben beide partijen ook kritiek op het proces. Volgens het Ganzencollectief Fryslân horen bepaalde voorschriften thuis in een faunabeheerplan en niet in de Omgevingsverordening. ‘De provincie lijkt bepaalde verhoudingen tussen verschillende stakeholders middels de omgevingsvergunning te willen regelen. Het ontbreken van doortastend ingrijpen en gevoel van urgentie bij de provincie, komt wat beheerders betreft tot uiting door het telkens weer terug komen van dezelfde voorschriften in vergunningverlening, omgevingsverordening en het faunabeheerplan ganzen. Iedere keer moet er weer bezwaar gemaakt worden vanwege ontoereikende onderbouwing, het ontbreken van juridische grondslag en het beperken van grondeigenaren in de schadebestrijding op hun eigen grond.’
Uitvoering moties en amendementen
FDF vraagt zich af wat er met de aangenomen moties en amendementen in Provinciale Staten is gebeurd. Met het aangenomen amendement 'Grens is grens' zou GS alles op alles moeten zetten om ganzenschade te voorkomen. ‘Dit amendement is in de voorliggende wijziging Omgevingsverordening niet terug te vinden en dat terwijl Provinciale Staten de hoogste macht zijn. Zoekt de afdeling Natuurbescherming van onze provincie “geitenpaadjes” in deze?’
De boerenclub vervolgt: ‘De conclusie kan eigenlijk alleen maar zijn: Beheer houdt volgens Gedeputeerde Staten substantiële groei van de ganzenpopulatie in. De verantwoordelijk gedeputeerde lijkt de B van de FBE naar Bescherming te vertalen en lijkt de minimale afschot als pleister voor de Mienskip op te dienen.’
Vervolgproces
Het ontwerp van de tweede wijzigingsverordening heeft een aantal weken inzage gelegen. Daarop kwamen zienswijzen. De provincie verwerkt deze momenteel en kijkt of de wijzigingsverordening nog aangepast moet worden. Provinciale Staten gaan een besluit nemen over de tweede wijzigingsverordening. Naar verwachting gebeurt dat op 18 juni 2025.