Column: Vrijheid onder druk

Maar iets is aan het kantelen. In naam van diezelfde vrijheid zien we nu een nieuw soort activisme ontstaan dat de ruimte voor andersdenkenden juist lijkt te willen belemmeren. Wat begon als streven naar bewustwording rondom dierenrechten, is in de loop der jaren uitgegroeid tot een meerlagige beweging die zich uitstrekt van de politieke arena tot de ondergrondse activistische netwerken.
Van partij naar drukstructuur
Bovenaan deze gelaagde structuur staat de Partij voor de Dieren. Als eerste politieke partij ter wereld met dierenrechten als kernmissie, maakte zij van een moreel thema een politieke agenda. Dat past in een pluriforme democratie. Maar wanneer politieke idealen verabsoluteren tot morele superioriteit, ontstaat er een sfeer waarin afwijkende visies nauwelijks nog ruimte krijgen.
Daaronder bevinden zich invloedrijke NGO’s en goededoelenorganisaties zoals de Dierenbescherming en Natuurmonumenten. Zij hebben brede maatschappelijke steun en ontvangen ook financiering van onder meer de Postcodeloterij. Deze organisaties bewegen zich in het publieke domein met campagnes die invloed uitoefenen op politiek, beleid en publieke opinie.
Op de derde laag vinden we activistische organisaties zoals Wakker Dier, Dier & Recht en Varkens in Nood. Zij richten zich op consumentencampagnes, naming & shaming en druk op de retailsector. Hun methodes zijn legitiem, maar expliciet moralistisch: ze benoemen tegenstanders als medeschuldig aan dierenleed.
Vervolgens komen de radicale organisaties zoals Active for Justice, de Utrechtse Bond, Extinction Rebellion, Animal Rebellion en Meat the Victims. Deze groeperingen voeren directe acties uit, zoals blokkades, demonstraties en stalbezettingen. Hoewel zij opereren in de openbaarheid, gebruiken zij confronterende tactieken die de grenzen van de wet opzoeken of zelfs overschrijden.
De onderste laag bestaat uit ondergrondse netwerken zoals Ongehoord. Deze groepen werken anoniem, filmen zonder toestemming op boerenbedrijven, laten dieren los en publiceren beelden met het doel publieke verontwaardiging op te wekken. Hier vervaagt het onderscheid tussen activisme en sabotage.
Van gesprek naar confrontatie
Zo verschuift het debat van inhoud naar identiteit. Boeren worden geen gesprekspartners meer, maar symbolen van uitbuiting. Vleeseters zijn geen mensen met een andere levensstijl, maar medeplichtigen. En wie zich verzet tegen dit nieuwe moralisme, wordt afgeschilderd als onwetend, onethisch of erger.
Vrijheid van meningsuiting wordt daarmee eenzijdig opgeëist: men claimt het recht om te spreken, te demonstreren en te waarschuwen – maar ontzegt datzelfde recht aan wie het oneens is met de gekozen toon of richting. Wat begon als emancipatie van vergeten waarden, dreigt te verworden tot morele onderdrukking in een nieuw jasje.
Een beroep op verantwoordelijkheid
Deze ontwikkeling raakt niet alleen boeren of vleeseters. Ze raakt de kern van onze open samenleving. Want als we de ruimte verliezen om zonder angst afwijkende opvattingen te uiten, verliezen we de vrijheid zélf. En dat gebeurt niet plotseling of met geweld – het gebeurt sluipenderwijs, onder het mom van moraliteit en vooruitgang.
Daarom is nu het moment om stil te staan. Niet om de dialoog te beëindigen, maar om haar opnieuw te funderen op respect, wederkerigheid en realiteitszin. Idealisten mogen dromen, activisten mogen eisen stellen – maar niet door anderen tot zwijgen te brengen, niet door sabotage, en niet door culturele en economische waarden achteloos overboord te gooien.
Vrijheid is geen vanzelfsprekendheid. Ze leeft alleen zolang wij haar verdedigen. Niet met harde woorden of gesloten vuisten, maar met heldere standpunten en open vizier. U bent geen slachtoffer van deze tijd – u bent medeverantwoordelijk. Het is tijd om op te staan voor een samenleving waarin ruimte blijft voor verschil, nuance en gezond verstand.
Tekst: Wija Koers
Beeld: Ellen Meinen