GrAJK wil gevolgen oorlog voor boeren dempen
‘De 4 procent niet-productief areaal moet van tafel’

Door de oorlog in Oekraïne wordt het belang van de voedselproductie wordt nogmaals benadrukt, stelt het Gronings Agrarische Jongeren Kontakt (GrJAK). ‘Maar juist op het boerenerf ontstaan er moeilijkheden in de liquiditeit’. Daarom roepen de jonge boeren de beleidsmakers op om maatregelen te nemen die bijdragen aan toegang voor voedsel voor alle inkomensgroepen.
Accijns terugvorderen
Het GrAJK ziet op de korte termijn onder meer mogelijkheden in rode diesel voor landbouw of behoud van blanke diesel en dat de accijns terug te vorderen is. Verder zou de gebruiksruimte voor kunstmest volgens hen ook ingevuld mogen worden met dierlijke mest. Tot slot zouden beleidsmakers het voornemen terug moeten draaien dat boeren 4 procent van hun grond als niet-productief areaal aan moeten merken. Dit zou anders per ingang 2023 ingaan om in aanmerking te komen voor de basispremie van het GLB.
Geen uitkoop
Het GrAJK onderstreept het belang van een stabiele landbouw waarbij de aanwas van jonge boeren onmisbaar is in een wereld die onzekerder is dan wat het lijkt. ‘Deze aanwas wordt niet bereikt door uitkoop, onopgeloste stikstofproblematiek, mijnbouwproblematiek, steeds veranderende regelgeving en ongefundeerde uitspraken van politici’, aldus de Groningers. ‘Maar wel door op korte termijn te werken aan kostprijsverlaging en op de lange termijn te werken aan stabiele regelgeving, toetsing van nieuwe beleidsplannen op de voedselvoorziening en praktijkkennis bij politici en beleidsmakers.’
Voedselzekerheid
‘Als we de alarmerende geluiden horen van Kees Huizinga, de Nederlandse boer in Oekraïne, komt de voedselzekerheid in sommige werelddelen in gevaar door deze oorlog’, licht het GrAJK haar pleidooi verder toe. ‘Het is namelijk nu de tijd om gewassen te zaaien die geoogst kunnen worden. En er is een gebrek aan uitgangsmateriaal, personeel en infrastructuur. Ook in de rest van de wereld voelen mensen en bedrijven de impact. Dat geldt ook voor jonge boeren in Groningen, wiens relevantie alleen maar zal toenemen in de discussie over voedselzekerheid en -toegankelijkheid.’
Onder kostprijs
De boeren hebben te kampen met stijgende prijzen van energie, gewasbescherming, veevoer, materialen en kunstmest, vervolgen de jonge Groningse boeren. ‘Ook leidt een lagere beschikbaarheid van kunstmest en gewasbescherming tot lagere opbrengsten per hectare als het gebruik minder wordt. De forse kostenstijgingen voor boeren en tuinders komen nog niet terug in de prijs die zij voor hun product krijgen, waarmee het verdienvermogen verder onder druk komt te staan. Daardoor produceren sommige pluimveehouders nu al onder kostprijs. Betreft de economische voedseltoegankelijkheid (en dus zekerheid), is het niet wenselijk om de stijgende kosten in het geheel op het bordje te leggen van de consument.’